Wetenschappelijk onderzoek naar aspecten van veroudering

De relatie tussen body mass index (BMI) en metaboliet spiegels in bloed is hetzelfde in bloed van gevaste personen als niet-gevaste personen

15 december 2016 Auteur: Leiden Lang Leven

Ondanks dat metaboliet spiegels veranderen na de consumptie van een maaltijd, is de relatie tussen metabolieten en BMI vergelijkbaar na een nacht vasten en na een maaltijd. Bianca Schutte heeft deze studie gedaan in de Samen Oud Samen Thuis studie en haar resultaten en conclusies zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports.

Verschillende studies hebben laten zien dat metaboliet spiegels in bloed gebruikt kunnen worden om de kans op ziekte, zoals diabetes en hart- en vaatziekten, te voorspellen. Metabolieten zijn kleine moleculen zoals cholesterol, aminozuren en glucose. Ook risicofactoren voor ziekte zoals BMI en insulinegevoeligheid zijn gerelateerd met metaboliet spiegels. Echter, sommige studies gebruiken bloed afgenomen na een nacht vasten en andere na een maaltijd en het is bekend dat metabolieten veranderen na een maaltijd. Daarom heeft Bianca Schutte, promovenda aan de afdeling Moleculaire Epidemiologie in het LUMC, een onderzoek gedaan in de Samen Oud Samen Thuis st2016 schutte et al associatie metabolieten en bmiudie, waarin bloed is afgenomen na een nacht vasten en na een gestandaardiseerde vloeibare maaltijd. Metaboliet spiegels zijn bepaald en als voorbeeld risicofactor voor ziekte gebruikten we BMI. Veel metabolieten veranderden 35 minuten na een gestandaardiseerde, vloeibare maaltijd, maar de relatie tussen metabolieten en BMI bleef grotendeels gelijk voor en na de maaltijd. Ook de relatie tussen metabolieten waardes en diastolische bloeddruk (de onderdruk) of insuline waardes was grotendeels gelijk voor en na de gestandaardiseerde maaltijd. Meer onderzoek is nodig om onze bevindingen te generaliseren naar andere risicofactoren voor ziekte en te onderzoeken hoe de relatie tussen een risicofactor voor ziekte en metabolieten waarden beïnvloedt wordt door niet-gestandaardiseerde maaltijden en de tijd tussen een maaltijd en de bloedafname. Wanneer onze conclusies gegeneraliseerd kunnen worden, rechtvaardigt dit het combineren van studies met zowel nuchtere als niet-nuchtere bloedafnames om het risico op ziekte kunnen voorspellen. Dit geld alleen wanneer bekend is of bloedafnames afgenomen zijn in nuchtere of niet-nuchtere toestand.